“Hoe moet je verbergen dat je stukadoor van beroep bent?”

Onlangs sloot ook de Landelijke Cliëntenraad zich aan bij de rechtszaak tegen SyRI. Ambtelijk secretaris Else Roetering vertelt over de bezwaren en zorgen omtrent SyRI die leidden tot de deelname. “Zowel bij de ingebruikname als bij het wettelijk verankeren van SyRI zijn we nooit om onze mening gevraagd.”

Met de dagvaarding van de Staat werd de bodemprocedure tegen het Systeem Risico Indicatie vorige maand officiëel in gang gezet. Een nieuwe naam die op de dagvaarding prijkt, is de Landelijke Cliëntenraad (LCR). Als landelijke cliëntenraad behartigt de LCR de belangen van pensioen- en uitkeringsgerechtigden, werkzoekenden en mensen met een handicap of chronische ziekte op het terrein van werk en inkomen. Er bestaan bij de LCR grote zorgen over SyRI, en in het algemeen over de wijze waarop overheden achter de schermen met onze persoonsgegevens omgaan.

Het stoplichtsysteem

Haar eerste kennismaking met risicoprofilering kreeg Roetering al zo’n tien jaar terug tijdens een gesprek over klantprofielen dat ze met een delegatie cliënten voerde bij het BKWI (Bureau Keteninformatisering Werk en Inkomen). “Wij schrokken met zijn allen daar. Men wilde gaan experimenteren met het zogeheten ‘stoplichtsysteem’, waarin je per definitie op ‘oranje’ stond als je een stukadoor was. Dat voorbeeld is me, al is het al tien jaar geleden, altijd bijgebleven. Stukadoors waren zwartklussers, dus potentiële bedriegers. Wat erop neerkwam dat als je als stukadoor ergens een uitkering aanvraagt, je erg veel moeite moet doen om door het aanvraagproces te komen. Het werd daar met trots uitgelegd, maar wij beseften ons toen al: op deze manier ben je al heel snel de klos. Bepaalde beroepen waren al een reden voor een stempel, terwijl dat gewoon heel ordentelijke beroepen zijn. Een stukadoor kan zeggen: ‘ik heb niets te verbergen’, maar wat heb je daar aan met dit systeem? Hoe moet je verbergen dat je stukadoor van beroep bent?”

 “Je weet niet wat men aan de andere kant van de tafel van je weet”

Op basis van gegevens die “her en der worden verzameld en door elkaar worden gehusseld”, worden burgers in een keurslijf gedrukt waarop ze geen enkele invloed kunnen uitoefenen. Roetering: “Dat hokje waarin je wordt geplaatst hoeft niet waar te zijn, maar kan je wel eindeloos achtervolgen wanneer je bij de overheid of op andere plekken voor hulp aanklopt. Zo kan het via verschillende circuits ertoe leiden dat je geweigerd wordt voor zorg, een uitkering of andere overheidsdienstverlening. Het kan ook leiden tot een andere bejegening; als jij als potentieel fraudeur ergens aan tafel schuift, wordt er anders met je omgegaan dan wanneer men denkt dat je te goeder trouw bent. Je hebt dan eenmaal het stempel ‘potentiële fraudeur’ opgeplakt gekregen, en zie daar maar eens vanaf te komen.”

Het is al haast onmogelijk om erachter te komen dat men je in het hokje ‘risicocategorie’ heeft geplaatst. Roetering: “Wanneer in jouw profiel staat dat je mogelijk een fraudeur bent en de gemeente bij het aanvragen van een uitkering enorm moeilijk doet en daarbij voortdurend om allerlei extra papieren vraagt, wordt daar heus niet bij verteld dat je in een fraudeprofiel past. Ook als men een beschikking krijgt waarin een aanvraag wordt afgewezen, wordt dat daar niet in vermeld. Je komt er dus nooit achter welk profiel men van je heeft gemaakt en welke gevolgen dat voor je heeft. Dat baart ons ernstige zorgen.”

Onzichtbaar monster

“Wij behartigen de belangen van mensen die een beroep doen op de overheid om bijstand te ontvangen of werk te zoeken. Wanneer je dan tegen dit soort molens moet vechten, is er geen sprake meer van een open gesprek. Je weet niet wat men aan de andere kant van de tafel van je weet. Of je iets te verbergen hebt, doet er in zo’n geval helemaal niet toe. De wijze waarop jouw informatie wordt gekoppeld kan tot resultaten leiden waar je geen enkele notie van hebt en die je dus ook niet kunt rechtzetten.”

Krijgt ze vanuit haar achterban veel signalen over SyRI? Roetering: “De term ‘SyRI’ valt zelden, maar er bestaan bij onze achterban wel degelijk grote zorgen over de bredere vraag ‘hoe zit het met mijn privacy, welke gegevens hebben ze over mij en hoe zijn die met elkaar gekoppeld?’. Mensen lopen tegen gesloten deuren aan en hebben het idee dat er achter de schermen van alles over hen is samengevoegd en besloten. Maar zolang je er niets van weet, kun je het niet bestrijden. Het is een onzichtbaar monster.”

Nooit om inbreng gevraagd

Je als belangrijke overlegpartner van de overheid op het gebied van sociale zaken aansluiten bij een rechtszaak tegen diezelfde overheid, wringt dat niet? Volgens Roetering behoort ook procederen in sommige gevallen tot de verantwoordelijkheid van de LCR.

“Wij hebben een budget van de overheid, maar wel nadrukkelijk als luis in de pels om de overheid scherp te houden. En dat zal soms via rechtszaken gebeuren. We hebben gezien dat de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning, door rechterlijke uitspraken is aangescherpt. Er zijn daardoor meer rechten voor cliënten gekomen. Ook in een zaak over cliëntenparticipatie is de LCR mede-eiser.”

Procederen gebeurt juist niet genoeg op het terrein van werk en inkomen, zo stelt Roetering. “Vaak omdat mensen vanwege hun uitkering afhankelijk zijn van dezelfde overheid waartegen ze moeten procederen. De LCR heeft daarom een verantwoordelijkheid om de zorgen die bij cliënten leven kenbaar te maken, zeker bij dit soort principiële zaken. Een rechtszaak is dus zeker ook een manier om de kat de bel aan te binden.”

“Daar komt nog eens bij dat we inzake de invoering van SyRI nooit door het ministerie om advies zijn gevraagd. Als LCR zijn we onderdeel van de Wet SUWI (de wet waarin SyRI is opgenomen, red.) en hadden we in het belang van de cliënten moeten worden betrokken – al in de beginfase zo’n tien jaar geleden. Zowel bij de ingebruikname als bij het wettelijk verankeren van SyRI in 2014 zijn we nooit om onze mening gevraagd.”